| 25 maart 2010, 22:51
|
| 'k Kost den draad ni trugvinde wor da we 'em vruger al is gediskuteerd odde, dus: Gebiedende wijze. De personen der gebiedende wijze worden juist gemaakt gelijk de overeenkomstige personen van den tegenwoordigen tijd der aantoonende wijze. De eind-t verdwijnt ook volgens de regels, hooger voor den tegenwoordigen tijd gegeven. Er is geen verschil tusschen het enkelvoud en het meervoud van den 2n persoon. De eind-t, buiten de hooger gemelde gevallen, blijft nog weg 1° wanneer het werkwoord samen- gesteld is met een voorzetsel dat den klemtoon heeft: draai om, spuw uit, trek op (1). 2° In kom en in sommige werkwoorden wanneer zij van een bijwoord gevolgd zijn, waar de klemtoon op valt. Kom bij mij, geef hier. Die regel is noch- tans niet algemeen. De 1e pers. meerv. wordt gemaakt met vóór de onbepaalde wijze laat ons te plaatsen : laat ons gaan. De vormen laten wij gaan en gaan wij worden nooit gehoord. (1) Dit gebeurt niet, wanneer -t onmiddellijk voorafgegaan is van eenen langen klank en aanstonds gevolgd wordt door eenen klinker. Gaat om, ziet omhoog. (uit Antwerpsch idioticon p.76) |