Wannes Van de Velde - Jan Brķeder
Jan Brķeder
Jan Brķeder vrijd e maske zuut
Jan Broeder vrijt een meisje zoet
e maske bove mate
een meisje ??boven mate
en ad eur mķeder ni thuis en is
en als haar moeder niet thuis is
dan got 'em er wa meh praten
dan gaat hij er wat mee praten
opsasa ribbedoebbeda
opsasa ribbedoebeda
dan got 'em er wa meh prate
dan gaat hij er wat mee praten
falala
falala
Et wier nau twelf van de nacht
Het werd nu twaalf van de nacht
de klokke luiden alle
de klokken luiden alle
da maske tege Jan Brķeder sprak
dat meisje tegen Jan Broeder sprak
god en leesd au getije
ga en lees jouw getijden
opsasa ribbedoebbeda
opsasa ribbedoebeda
god en leesd au getije
ga en lees jouw getijden
falala
falala
Jan Brķeder over kaerkof kwam
Jan Broeder over kerkhof kwam
de preekięr kwam 'em tege
de preekheer kwam hem tegen
de preekięr tege Jan Brķeder sprak
de preekheer tegen Jan Broeder sprak
wor zedde vandenacht gebleve?
waar ben je deze nacht gebleven?
opsasa ribbedoebbeda
opsasa ribbedoebeda
wor zedde vandenacht gebleve?
waar ben je deze nacht gebleven?
falala
falala
Wor da 'k vandenacht gebleve zen
Waar ik deze nacht gebleven ben
en da' zal mij ni berouwe
en dat zal mij niet berouwen
ze droenke der bier, ze tapte der wijn
ze dronken er bier, ze tapten er wijn
ze sprake der al van vrouwe
ze spraken er van vrouwen
opsasa ribbedoebbeda
opsasa ribbedoebeda
ze sprake der al van vrouwe
ze spraken er van vrouwen
falala
falala
Jan Brķeder in et kloęster kwam
Jan Broeder in het klooster kwam
de paters bade strenge
de paters baden streng
den ięne tege den andere sprak
de één tegen de andere sprak
Jan Brķeder zal wörre gevange
Jan Broeder zal worden gevangen
opsasa ribbedoebbeda
opsasa ribbedoebeda
Jan Brķeder zal wörre gevange
Jan Broeder zal worden gevangen
falala
falala
As Jan Brķeder dad ad verstaan
Toen Jan Broeder dat had begrepen
dat 'em zou wörre gevange
dat hij zou worden gevangen
meh ięne sproeng de venster uit
met één sprong de venster uit
en a liet z'n kap daar ange
en hij liet zijn kap daar hangen
opsasa ribbedoebbeda
opsasa ribbedoebeda
en a liet z'n kap daar ange
en hij liet zijn kap daar hangen
falala
falala
At 'em een eind wegs geloępen ad
Toen hij een eindje weggelopen was
dan keek 'em nog is oemme
toen keek hij nog eens om
en riep oh kap gij duvelskap
hij riep oh kap jij duivelskap
gij krij mij ni weeroemme
jij krijgt mij niet weerom
opsasa ribbedoebbeda
opsasa ribbedoebeda
gij krij mij ni weeroemme
jij krijgt mij niet weerom
falala
falala
Dię da' dees lieken ee' gedicht
Degene die dit liedje heeft gedicht
en ja oek ee' gezoenge
en ja ook heeft gezongen
da was ne pater, a iętte Jan
dat was een pater, hij heette Jan
en a is z'n kap ontsproenge
en hij is zijn kap ontsprongen
opsasa ribbedoebbeda
opsasa ribbedoebeda
en a is z'n kap ontsproenge
en hij is zijn kap ontsprongen
falala
falala
opsasa ribbedoebbeda
opsasa ribbedoebeda
en a is z'n kap ontsproenge
en hij is zijn kap ontsprongen
falala
falala



