202 woorden beginnen met een B...
Pagina's:
1 |
2 | 3 |
4 |
5Blauwe Steen - de Scheldekaaien, verwijzend naar de arduinen boordstenen
[bleik]
zn. (m)
den ~
bleek - nevenvorm van
bliêk
blik - het materiaal (dun plaatstaal); het object heet ook in het Antwerps een blik
[blékkë]
uitdr.
blekke(n)
naakt
huilen
OTT-vervoeging van blête| ik bleêt | wij blête(n) |
gij blet ↔ blett(e) gij | golle blet ↔ blett(e) golle |
| ij blet | zun blête(n) |
OVT-vervoeging van blête (zwak)| ik blette(n) | wij blette(n) |
gij blette(n) ↔ blette(n) gij | golle blette(n) ↔ blette(n) golle |
| ij blette(n) | zun blette(n) |
bleek
Verbuiging van bliêk | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | bliêke[n] | bliêk(e) | bliêk |
|---|
| meervoud | bliêk(e) |
|---|
[bliêk]
zn. (m)
den ~
bleekwei - waarop vrouwen hun lakens te bleken leggen (ook
bleik);
oep iemand z'nen bliêk (of
bleik)
spiêke = op iemands terrein komen, ook in relaties (bvb. dezelfde dame proberen versieren)
1 bloeien
2 bloeden
OTT-vervoeging van bloeie| ik bloei | wij bloeie(n) |
gij bloeid ↔ bloeid(e) gij | golle bloeid ↔ bloeid(e) golle |
| ij bloeid | zun bloeie(n) |
OVT-vervoeging van bloeie (zwak)| ik bloeide(n) | wij bloeide(n) |
gij bloeide(n) ↔ bloeide(n) gij | golle bloeide(n) ↔ bloeide(n) golle |
| ij bloeide(n) | zun bloeide(n) |
bloedjes van kinderen - bloeiende of blakende kinderen
1 bloem
2 meel - om deeg te maken
bloemenruiker - afgeleid van bloeme (bloemen) en Fr. bouquet [boeké]
bloot
Verbuiging van bloêt | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | bloête[n] | bloêt(e) | bloêt |
|---|
| meervoud | bloêt(e) |
|---|
blond
Verbuiging van blont | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | blonte[n] | blont(e) | blont |
|---|
| meervoud | blont(e) |
|---|
antiparkeerpaaltje - naar burgemeester Bob Cools, tijdens wiens bewind de Meir heraangelegd werd met o.a. parkeerpalen in de vorm van stenen kubussen, waarover heel wat mensen
strunkelden.
walgelijke drank of voedsel
voedsel
diên boef is ni te frête


eten
OTT-vervoeging van boeffe| ik boef | wij boeffe(n) |
gij boeft ↔ boeft(e) gij | golle boeft ↔ boeft(e) golle |
| ij boeft | zun boeffe(n) |
OVT-vervoeging van boeffe (zwak)| ik boefte(n) | wij boefte(n) |
gij boefte(n) ↔ boefte(n) gij | golle boefte(n) ↔ boefte(n) golle |
| ij boefte(n) | zun boefte(n) |
vreetkick - van
boeffe en Eng.
kick
[boekwei]
zn. (m)
den ~
boekweit
1 bom
2 moordgriet - zeer aantrekkelijke vrouw
Bommerskonte - fictieve, pejoratieve naam voor een
boeregat
boon
we frête boêne meh azijn

[bóer]
zn. (m)
nen/den ~, bóere(n), boerreke
1 landbouwer, veehouder
2 venter, handelaar - ambulante handelaar die met zijn kar door de straat komt (visbóer, petattenbóer, melkbóer, kolenbóer, gazettenbóer, ...)
3 plattelandsbewoner - pejoratieve benaming voor iemand die afkomstig is van buiten de stad; rond de stad woonden allerlei soorten boeren: stroeibóere in Maereksoem, geitebóere in Wulderak, strontbóere in Oboke en de boerrekes van over 't water uit het Waasland; ook daarbuiten wonen alleen meer bóere die overduidelijk geen Antwerps praten maar een ander dialect
4 onwetende
5 onbeschofterik
6 geluid van maagoprisping
gin boerrekes laten eh!

7 bierglas - zonder ribbels onderaan (enkel in Stella kroegen); 25cl = boerreke, 33cl = boer
[boêrd]
zn. (m)
nen/den ~, boêrde(n), boêrdshe
boord
ik gon on boêrd

[boêrdevol]
bn.
boordevol
Verbuiging van boêrdevol | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | boêrdevolle[n] | boêrdevoll(e) | boêrdevol |
|---|
| meervoud | boêrdevoll(e) |
|---|
boerendorp - een klein landelijk dorp
bijnaam voor het hoge KBC-gebouw aan het einde van de Meir in Antwerpen, gebouwd in de jaren 20 ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van 1930, genoemd naar de Boerenbond die achter de bank stond ten tijde van de constructie
[bóerëntram]
zn. (m)
nen/den ~, bóeretrams
oude benaming voor de trams en tramlijnen van Antwerpen naar de landelijke gemeenten errond, o.a. Boom, Putte-Kapellen en Westmalle
[boerrëkës]
uitdr.
boers - elk ander dialect dan het Antwerps
1 bol
2 pil - meestal een xtc-pil
een bier van brouwerij De Koninck, opgediend in een bolvormig glas
snoepje
da' zen lakker bollekes

Pagina's:
1 |
2 | 3 |
4 |
5Vragen? Kijk eerst in de
uitleg bij het woordenboekSuggesties of opmerkingen? Laat ze ons weten
op het forum.