39 woorden beginnen met een E...
hebt - tweede persoon enkelvoud OTT van
emme
OTT-vervoeging van emme| ik em / eb | wij emme(n) / ebbe(n) |
↔ ed(de) gij | gollen e[d] / ed ↔ ed(de) golle |
| ij ee[d] | zun emme(n) / ebbe(n) |
heeft
OTT-vervoeging van emme| ik em / eb | wij emme(n) / ebbe(n) |
↔ ed(de) gij | gollen e[d] / ed ↔ ed(de) golle |
| ij ee[d] | zun emme(n) / ebbe(n) |
kleine inspanning - verkleinwoord van Fr. effort
hebt
OTT-vervoeging van emme| ik em / eb | wij emme(n) / ebbe(n) |
↔ ed(de) gij | gollen e[d] / ed ↔ ed(de) golle |
| ij ee[d] | zun emme(n) / ebbe(n) |
eindeloos
Verbuiging van eindeloês | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | eindeloêze[n] | eindeloêz(e) | eindeloês |
|---|
| meervoud | eindeloêz(e) |
|---|
ik - gereduceerde onderwerpsvorm ná een werkwoord of in een bijzin
da kost ek ni wete


ik - volle onderwerpsvorm ná een werkwoord of in een bijzin; de begin-e valt weg in de verkorte vorm
'kik
[èlëks]
vnw.
1 elkeen, elk, ieder - zelfstandig gebruikt
elks krij 2 bonnekes


2 voor elkeen
elegant
Verbuiging van ellegaent | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | ellegaente[n] | ellegaent(e) | ellegaent |
|---|
| meervoud | ellegaent(e) |
|---|
heb
OTT-vervoeging van emme| ik em / eb | wij emme(n) / ebbe(n) |
↔ ed(de) gij | gollen e[d] / ed ↔ ed(de) golle |
| ij ee[d] | zun emme(n) / ebbe(n) |
hebben - in het Antwerps een hoogst onregelmatig werkwoord met zowel in de tegenwoordige als in de verleden tijd twee mogelijke vervoegingen
OTT-vervoeging van emme| ik em / eb | wij emme(n) / ebbe(n) |
↔ ed(de) gij | gollen e[d] / ed ↔ ed(de) golle |
| ij ee[d] | zun emme(n) / ebbe(n) |
OVT-vervoeging van emme| ik ad / od | wij adde(n) / odde(n) |
↔ add(e) / odd(e) gij | gollen ad / od ↔ add(e) / odd(e) golle |
| ij ad / od | zun adde(n) / odde(n) |
[éngëltshësmokstër]
zn. (v)
een/d' ~, engeltshesmoksters
engeltjesmaakster, aborteuse - iemand die (veelal illegaal) abortussen uitvoert
[euning]
zn. (m)
den ~
honing
haar
Verbuiging van eur | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | eure[n] | eur | eur |
|---|
| meervoud | eur |
|---|
haar - niet-onderwerpsvorm derde persoon vrouwelijk enkelvoud
zich - verkorte vorm derde persoon vrouwelijk enkelvoud
zich - volle vorm derde persoon vrouwelijk enkelvoud
[eêvëréchs]
bijw.
averechts
Vragen? Kijk eerst in de
uitleg bij het woordenboekSuggesties of opmerkingen? Laat ze ons weten
op het forum.