212 woorden beginnen met een K...
Pagina's: 1 |
2 |
3 |
4 |
5uitgebakken stukjes spek of brood
bordeel - Fr. cabaret douze; volgens de ene bron verwijst de douze (12) naar een dobbelspel, volgens de andere naar een onder Napoleon ingevoerde laagste categorie van bars, en volgens nog een andere is het eigenlijk douce (zacht) hetgeen zou slaan op het feit dat er in dit soort "cabaret" geen lawaaierige muziek was.
boodschappentas - Fr. cabas ← Lat. cabacus
arm in arm lopen
OTT-vervoeging van kabasse| ik kabas | wij kabasse(n) |
gij kabast ↔ kabast(e) gij | golle kabast ↔ kabast(e) golle |
| ij kabast | zun kabasse(n) |
OVT-vervoeging van kabasse (zwak)| ik kabaste(n) | wij kabaste(n) |
gij kabaste(n) ↔ kabaste(n) gij | golle kabaste(n) ↔ kabaste(n) golle |
| ij kabaste(n) | zun kabaste(n) |
bordeel - Fr. cabaret douce
bordeel - Fr. cabaret douce
1 kant, rand
2 kantwerk
3 buurt, streek
kanten - van kantwerk gemaakt
Verbuiging van kaente | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | kaente[n] | kaent(e) | kaente(n) |
|---|
| meervoud | kaent(e) |
|---|
janken - zoals een hond
OTT-vervoeging van kajiete| ik kajiet | wij kajiete(n) |
gij kajiet ↔ kajiet(e) gij | golle kajiet ↔ kajiet(e) golle |
| ij kajiet | zun kajiete(n) |
OVT-vervoeging van kajiete (zwak)| ik kajiette(n) | wij kajiette(n) |
gij kajiette(n) ↔ kajiette(n) gij | golle kajiette(n) ↔ kajiette(n) golle |
| ij kajiette(n) | zun kajiette(n) |
WC-stoel voor oude of bedlegerige mensen
[kalaent]
zn. (m)
ne/de ~, kalaente(n), kalaentshe
klant
1 belachelijke haartooi
2 mutsje - zoals van een priester of soldaat; Fr. calotte
1 lange onderbroek - Fr. caleçon
2 broek - algemeen
kleine vrachtwagen
z'n kamionet lee in pan


[kantoêr]
zn. (o)
e/et ~, kantoêre(n), kantoerreke
kantoor
1 condoom - Fr. capot
2 motorkap
komediant - iemand die zich met een smoes (meestal geveinsde pijn of ziekte) aan een verplichting onttrekt
geruit - Fr. carreau
e karowen em


Verbuiging van karowe | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | karowe[n] | karowe(n) | karowe(n) |
|---|
| meervoud | karowe(n) |
|---|
[kars]
zn. (v)
een/de ~, karse(n)/karze(n), karseke/karzeke
kers
lichaamsbouw - Fr. carrure
1 kast
2 borstkast, maag, buik
klein kind - ook gebruikt als vermaning voor grotere kinderen; van kerstekind
rubber, caoutchouc - Fr caoutchouc ← Sp. cauchuc ← Quechua kau chu (wenend hout) - omdat dit woord in het Antwerps frequent gebruikt wordt is de vereenvoudigde spelling aangewezen
Pagina's: 1 |
2 |
3 |
4 |
5Vragen? Kijk eerst in de
uitleg bij het woordenboekSuggesties of opmerkingen? Laat ze ons weten
op het forum.