Antwerps.be - alles over de Antwerpse taal

Aentwaerps Nederlands

Menu

... of dubbelklik op eender welk Antwerps woord op deze site!

Antwerps Woordenboek


13 woorden beginnen met een U...

uisouwe

    
[uizouw]
 
 zn. (o) 
 
een/et uisouwe(n), uisouwes
huishouden
  • a elp not mee in 't uisouwe
+ door Krommenaas

uisouwe

    
[uizouw]
 
 ww. 
 
uisouwe(n)
huishouden
  • as ek wil gon uisouwe dan moet ek een koei ebbe
+ door Krommenaas

uiswaerk

    
[uiswaerk]
 
 zn. (o) 
 
et ~
huiswerk
  • di vent gaf mij gin uiswaerk ni mir
+ door Krommenaas

uitdove

    
[uittov]
 
 ww. 
 
uitdove(n)
 
- dofde(n) uit
 
- uitgedofd
uitdoven
  • ze probeerde de vlam van 't verzet uit te dove
+ door Krommenaas
OTT-vervoeging van uitdove
ik dof uitwij dove(n) uit
gij dofd uit
dofd(e) gij uit
golle dofd uit
  ↔ dofd(e) gollen uit
ij dofd uitzun dove(n) uit
OVT-vervoeging van uitdove (zwak)
ik dofde(n) uitwij dofde(n) uit
gij dofde(n) uit
dofde(n) gij uit
golle dofde(n) uit
  ↔ dofde(n) gollen uit
ij dofde(n) uitzun dofde(n) uit

uitdrinke

    
[uittrink]
 
 ww. 
 
uitdrinke(n)
 
- droenk uit
 
- uitgedroenke
opdrinken, leegdrinken
  • edd' oe tas nog ni uitgedroenke?
  • drinkt oe soep uit
+ door Doederik
OTT-vervoeging van uitdrinke
ik drink uitwij drinke(n) uit
gij drinkt uit
drinkt(e) gij uit
golle drinkt uit
  ↔ drinkt(e) gollen uit
ij drinkt uitzun drinke(n) uit
OVT-vervoeging van uitdrinke
ik droenk uitwij droenke(n) uit
gij droenk uit
droenkt(e) gij uit
golle droenk uit
  ↔ droenkt(e) gollen uit
ij droenk uitzun droenke(n) uit

uitin

    
[uitin]
 
 bijw. 
uiteen     
  • dan brekt eur art in stukken uitin
+ door Krommenaas

uitschi

    
[uitschi]
 
 ww. 
 
uitschi(n)
 
- schide(n) uit
 
- uitgeschi(n)
ophouden
  • schid toch uit meh' zage schat en trekt toch ni' zoe'n lip
+ door Krommenaas
OTT-vervoeging van uitschi
ik schi uitwij schi(n) uit
gij schid uit
schid(e) gij uit
golle schid uit
  ↔ schid(e) gollen uit
ij schid uitzun schi(n) uit
OVT-vervoeging van uitschi (zwak)
ik schide(n) uitwij schide(n) uit
gij schide(n) uit
schide(n) gij uit
golle schide(n) uit
  ↔ schide(n) gollen uit
ij schide(n) uitzun schide(n) uit

ukke

    
[ukk]
 
 zn. (mv) 
 
ukke(n)
hurken     
  • die arbeiders moetten il den dag oep un ukke zitte
+ door Krommenaas

un

    
[un]
 
 pers. vnw. 
hen, hun - niet-onderwerpsvorm voor de derde persoon meervoud
  • et afscheid van Sniwwitshe dee un te zir
+ door Krommenaas

un

    
[un]
 
 wederk. vnw. 
zich - vorm voor de derde persoon meervoud
  • die trekken un van al di sni niks aan
+ door Krommenaas

uneige

    
[uneig]
 
 wederk. vnw. 
uneige(n)
zich - derde persoon meervoud
  • z'emmen uneigen imol oepgetut
+ door Krommenaas

ure

    
[uur]
 
 zn. 
 
ure(n)
uur - bij het aanduiden van het uur van de dag
  • 'k zen der oem vijf ure
  • 't is al drei ure
+ door Krommenaas

utsepot

    
[utspot]
 
 zn. (m) 
 
nen/den ~
stamppot - met aardappelen, groente en vlees
  • da was ne lakkeren utsepot
+ door Krommenaas

Vragen? Kijk eerst in de uitleg bij het woordenboek

Suggesties of opmerkingen? Laat ze ons weten op het forum.