Alle 2669 woorden, de recentste eerst...
Vorige |
3 |
4 |
5 | 6 |
7 |
8 |
Volgende
[assangseur]
zn. (m)
nen/den ~, assangseurs, assangsörreke
lift - Fr. ascenseur
[vërassëreerë]
ww.
verassurere(n)
verzekeren - d.m.v. een verzekeringspolis
[klaavërë]
zn. (v)
een/de klavere(n), klaveres
klaveren - in het kaartspel
[koekë]
zn. (v)
een/de koeke(n), koekes
ruiten - in het kaartspel; ook in samenstellingen
koekenaas mut uitkome


[artë]
zn. (v)
een/de arte(n), artes
harten - kleur bij het kaarten
edde gij nog artes?


[riêsël]
zn. (m)
ne/de ~, riêsels, riêseltshe
[poshéngsë]
zn. (v)
de poshense(n), geen mv.
geduld - < (Fr.) patience
'k ad poshense

[papklas]
zn. (v)
een/de ~, papklasse(n), papklaske
kleuterklas
[mot]
zn. (v)
een/de ~, motte(n), motshe
mep
[bats]
zn. (m)
nen/den ~, batse(n)
mep
batsen emmen of wa?


[toek]
zn. (m)
nen/den ~, toekke(n)
mep - klop, slag
[bóerëntram]
zn. (m)
nen/den ~, bóeretrams
oude benaming voor de trams en tramlijnen van Antwerpen naar de landelijke gemeenten errond, o.a. Boom, Putte-Kapellen en Westmalle
[ziel]
zn. (v)
een/de ~, ziele(n), ziltshe
ziel
[éngëltshësmokstër]
zn. (v)
een/d' ~, engeltshesmoksters
engeltjesmaakster, aborteuse - iemand die (veelal illegaal) abortussen uitvoert
[lee]
zn. (v)
een/de ~, leeë(n), leeke
scharnier, hengsel - van een deur, raam of dergelijks
[iêlt]
zn. (o)
het ~ ~
eelt
[muchtë]
zn. (v)
een/de mugte(n)
vermoeidheid - afleiding van
muug met stamklankverkorting
[vartë]
zn. (v)
een/de varte(n), vartes
verte
in de varte zingd ne man

[toore]
zn. (m)
den tore(n)
toorn, verdriet, hartzeer, last
[brillëkas]
zn. (v)
persoon met een bril - dikwijls pejoratief
[tuffë]
ww.
tuffe(n)
- tufte(n)
- getuft
spugen - spuwen
tuft ni oep de grond!


OTT-vervoeging van tuffe| ik tuf | wij tuffe(n) |
gij tuft ↔ tuft(e) gij | golle tuft ↔ tuft(e) golle |
| ij tuft | zun tuffe(n) |
OVT-vervoeging van tuffe (zwak)| ik tufte(n) | wij tufte(n) |
gij tufte(n) ↔ tufte(n) gij | golle tufte(n) ↔ tufte(n) golle |
| ij tufte(n) | zun tufte(n) |
[réngs]
bn.
zuur
diên appel is rens

Verbuiging van rens | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | rense[n] | rens(e) | rens |
|---|
| meervoud | rens(e) |
|---|
[shiklét]
zn. (v)
een/de ~, shiklette(n), shikletshe
kauwgum
gefd is een shiklet?


[bootërméllëk]
zn. (v)
de ~
karnemelk
ik drink gêre botermelk


[spört]
zn. (v)
een/de ~, spörte(n), spörtshe
sport - van een ladder
Vorige |
3 |
4 |
5 | 6 |
7 |
8 |
Volgende Vragen? Kijk eerst in de
uitleg bij het woordenboekSuggesties of opmerkingen? Laat ze ons weten
op het forum.